Eon of tijdperk – heroverwegingen van vertaalwoorden deel 2

Het nakijken van het Nieuwe Testament en het klaarmaken van de vertaling voor de uitgave op papier zijn nog steeds in volle gang. Zoals in het vorige artikel al aangegeven, vinden er veel veranderingen plaats om een drietal redenen:

  • Nu het hele NT klaar is, kan per woord alle vertalingen in het hele NT bekeken worden. Daardoor valt snel op als iets niet consequent vertaald is, en blijkt door een beter beeld van het woordgebruik soms een ander trefwoord toch beter te passen.
  • Doordat het project al heel lang loopt, is er verschil in vertaalstijl ontstaan dat rechtgetrokken moet worden, maar is er ook een hoop dat door voortschrijdend inzicht en heroverwegingen aangepast wordt om beter overeen te komen met hoe het woord gebruikt wordt en wat het betekent.
  • Nu het project klaargemaakt wordt voor een grote uitgave voor een breed publiek, blijken veel woorden die we zelf gewend zijn door jarenlange concordante studies, moeilijk te begrijpen of archaïsch voor iemand die de vertaling voor het eerst ter hand neemt. Als er synoniemen te vinden zijn die de betekenis even goed of zelfs beter weergeven én begrijpelijker zijn, dan heeft dat natuurlijk de voorkeur.

In het vorige artikel kwamen zo al een aantal opvallende heroverwegingen naar voren, zoals hoop of verwachting, gerechtigheid of rechtvaardigheid, wederzijds- of geheel verzoenen en toorn of verontwaardiging, naast een veel groter aantal aanpassingen, die niet besproken zijn. Ook werden er nog enkele woorden aangestipt waar nog over nagedacht worden. In dit tweede artikel pakken we er daar weer een aantal van op en bespreken we weer enkele opvallende woorden. En wederom hoor ik graag uw reacties op mijn overwegingen.

Woorden voor de tijden en gelegenheden in de schrift

Zoals vorige keer al benoemd zijn de woorden eon en era onder de loep genomen. Beide vertaalwoorden zijn om hun eigen redenen niet ideaal. Een era is wel een Nederlands woord, en past op een deel van het gebruik in het NT van het woord kairos als perioden in Gods plan, maar era is een exotisch woord in het Nederlands en is qua betekenis te smal. Daarom is era vervangen door periode, wat precies aangeeft wat kairos meestal is, een kortere of langere tijdseenheid.

Een eon duidde in vroegere Griekse teksten op de tijd van het leven, maar de betekenis is in de tijd erna verschoven naar een aanduiding om de hele (wereld)tijdperken te omvatten van begin tot eind, zoals het ook in de Bijbel gebruikt wordt. In het Nederlands komt eon in de buurt, maar wordt voor andere lange geologische tijdperken van de aarde gebruikt, en is bovendien voor de meeste mensen onbegrijpelijk. Ik overwoog in het vorige artikel tijdperk, maar aarzelde omdat dit moeilijk als bijvoeglijk naamwoord op te vatten is. Wat betekent het dan bij eonisch leven, eonische tijden (Rom 16:25) of de eonische God (Rom 16:26)? Maar omdat het nu totaal onbegrijpelijk is voor wie er niet bekend mee is, ga ik het toch proberen, al wordt het dan voor het bijvoeglijk naamwoord wat omslachtiger. Ietwat omslachtig maar begrijpelijk is nog altijd beter dan onbegrijpelijk.

Het bijvoeglijk naamwoord geeft aan dat iets voortduurt gedurende een eon, een (wereld)tijdperk. Dan is eonisch leven het leven gedurende de tijdperken. De eonische God is de God gedurende de tijdperken. Dat iets voor eonische tijden verzwegen is, is dat iets door tijden gedurende de (voorbije) tijdperken heen verzwegen is.

Door eon te vertalen met tijdperk en eonisch met gedurende de tijdperken worden voorheen exotische of ronduit onbegrijpelijke uitdrukkingen ineens tastbaar, begrijpelijk en komen ze dichterbij. Dat is precies wat ik wil bereiken door dit soort woorden te heroverwegen. Dichter bij de betekenis komen, of anders gezegd, het dichter bij ons te brengen.

Geloof of vertrouwen

Waar wij spreken over geloven in iets of vertrouwen op iemand, kent het Grieks voor beide ideeën maar één woord. Geloof heeft bij ons een hele vrome klank gekregen, of klinkt in ieder geval vooral als iets dat een status is, terwijl vertrouwen veel meer een houding is. Zouden we deze woorden niet altijd, net als het Grieks, met een enkel Nederlands woord moeten vertalen?

Ik heb met deze gedachte gespeeld, maar om tot deze vrij rigoureuze stap over te gaan moeten we eerst een aantal zaken vaststellen. Wat is in het Nederlands precies de betekenis van geloven en van vertrouwen? Waarin verschillen zij van elkaar? Daarna: hoe wordt het Grieks gebruikt? Is de betekenis van het woord inderdaad helemaal te vangen in één van de twee, in bijvoorbeeld alleen vertrouwen?

Volgens de Van Dale betekent vertrouwen: “ergens op rekenen, iets betrouwbaar achten”. Geloven betekent: “vast vertrouwen op, overtuigd zijn van de waarheid van iets en/of het bestaan van iets. Dat iets niet alleen in verbeelding maar ook in werkelijkheid zo is”. In die zin is vertrouwen inderdaad meer een actie of beoordeling van iets op het moment zelf, en geloven meer een bepaalde gezindheid, en gaat vertrouwen meer over de betrouwbaarheid en geloven meer over de waarheid van iets. Dat ligt dicht bij elkaar, maar de woorden hebben verschillende nuances.

Als we het Griekse werkwoord voor geloven of vertrouwen bekijken, pisteuo, dan blijkt dat beide nuances in het werkwoord zitten. Het gaat om een iets aannemen als de waarheid, dat iets niet alleen in de verbeelding zo is. Dat is bij uitstek zoals Hebr 11 het geloof van onder meer Abraham beschrijft, en dat is een nuance die niet genoeg aanwezig is bij vertrouwen. Maar even duidelijk gaat het in sommige stukken over hoe door het aannemen van God of wat Hij gedaan heeft als waarheid we hierop rekenen in ons leven. Het duidelijkst komt het betrouwbaar achten naar voren in Gal 2:7, waar Paulus aangeeft dat hem het evangelie toevertrouwd is.

Hoe mooi de gedachte ook is om dit woord consequent te vertalen, en tegelijk daarmee te kunnen benadrukken dat we geloof te veel als staat en te weinig als werkwoord zien, alleen met “vertrouwen” vertalen doet geen recht aan het brede betekenisveld van pisteuo en verwante woorden. Op basis van context en grammaticale vormen en voorkomens zullen zo consequent mogelijk regels opgesteld worden wanneer vertrouwen en wanneer geloven vertaald moet worden, maar door het zo met beide woorden weer te geven wordt wel de betekenis van het woord beter recht gedaan.

Christus of Gezalfde

In de vertaling maken we onderscheid tussen titels en namen. Namen zetten we over zoals ze ongeveer uitgesproken worden in de oorspronkelijke taal, ook al zit er een hele betekenis achter. Timotheus, een prachtige naam met de betekenis: “waardig voor God”, geven we weer zoals je het Grieks uitspreekt, Timotheus. De betekenis van de naam is veelzeggend, maar een naam wordt primair gebruikt om iemand aan te duiden, secundair voor de betekenis. Titels vertalen we daarentegen wel, omdat titels juist primair gegeven worden voor de betekenis. Daarom vertalen we diabolos ook als tegenwerker en niet als duivel, wat al weer bijna meer een naam is geworden in onze taal.

Als we nu naar Christus kijken, is dat dan een naam of een titel? We gebruiken het nu zonder meer als naam. Maar evengoed komt Christus onmiskenbaar van de Hebreeuwse titel Mashiach, Gezalfde. Zeker in teksten die terugverwijzen naar de beloofde Gezalfde die zou komen, wordt Christus als titel gebruikt, en zou dus omwille van de consequentie ook zo vertaald moeten worden, als Gezalfde. Maar elders vervaagd deze connectie met de voorzegde Gezalfde, en wordt Christus vooral gebruikt om naar de persoon Jezus te verwijzen, zoals namen doen. Lexicons merken ook op dat heidenen, minder bekend of zelfs onbekend met de voorzegde Gezalfde, Christus ook als naam opgevat moeten hebben, helemaal omdat een Griekse naam precies hetzelfde klonk, chrestos, door klankverschuiving van de klinkers waarschijnlijk uitgesproken als christos.

Het zou prachtig zijn de link met de prominente figuur van de Gezalfde uit het oude testament duidelijker te maken dan hij nu is, nu overal Christus staat. Waar het duidelijk als titel gebruikt wordt, verwijzend naar de verwachte figuur van de Gezalfde, zou dat ook consequenter zijn, in lijn met hoe titels altijd vertaald worden. Maar op veel plekken wordt Christus duidelijker als naam gebruikt. Dan laat de context zien dat het niet meer om een eigenschap of figuur gaat, zoals bij een titel, maar naar een specifiek persoon verwijst, zoals een naam, naar Jezus. Dan is het consequenter, net als elders, namen gewoon naar klank over te zetten, en dus Christus te vertalen. Hoewel dit onderscheid bij enkele teksten dubieus kan zijn, lijkt dit de beste en meest consequente weergave van de naam of titel Christus. Zo komt in de evangeliën ineens prachtig naar voren hoe Jezus gezien werd in de zo lang verwachte vorm van de profetische Gezalfde, maar blijven we het gebruik van Christus als naam bij bijvoorbeeld Paulus respecteren.

De uitgeroepen gemeente of vergadering

Het woord voor gemeente is in het Grieks ekklesia. De toevoeging “uitgeroepen” komt uit de opbouw van het woord, van ek– dat ‘uit’ en –klesia van kaleo dat ‘roepen’ betekent. Dit trefwoord is zo alleen erg gebaseerd op de opbouw, maar klopt het ook met het gebruik.

In Griekse teksten buiten de Bijbelse teksten werd dit woord gebruikt voor de volksvergaderingen in de Griekse steden waar gekozen of vooraanstaande burgers besluiten namen over de stad. De veronderstelling dat het is afgeleid van ekkaleo, uitroepen, omdat de vergadering uitgeroepen werd, is niet onmogelijk – een enkele keer wordt het werkwoord zo in een Griekse tekst gebruikt, om bijvoorbeeld iemand uit zijn huis te roepen – maar dit gebruik van het werkwoord in die betekenis is zeldzaam, en komt als zodanig nooit voor in combinatie met ekklesia. Vaker betekent het werkwoord ‘iemand of iets tevoorschijn roepen, sommeren of uitlokken’. Het verwante woord ekkletos werd gebruikt voor een uitgekozen groep burgers voor een speciale taak, daar kan ekklesia ook aan verwant zijn, omdat het een uitgekozen groep burgers was die deel mocht nemen aan de volksvergaderingen. In deze teksten doelt het woord in ieder geval op een politieke vergadering van het volk. 

In de septuagint wordt dit woord gebruikt in een iets bredere zin, voor bijeenkomsten van het volk Israël die niet meer alleen politiek zijn, maar vaak ook religieus. Deze bredere betekenis van zowel een politieke als een religieuze vergadering van mensen vinden we ook in het NT. Maar op basis van bovenstaande redeneringen is “uitgeroepen” te letterlijk naar de opbouw, en niet goed hard te maken uit het gebruik. En op basis van gebruik voor zowel politieke als religieuze bijeenkomsten is “vergadering” of “samenkomst” beter dan “gemeente”. “Vergadering” geeft de betekenis van het woord het beste weer, maar heeft in onze taal een wat sterke zakelijke klank en klinkt daardoor vreemd waar we “gemeente” zouden verwachten. Wellicht past “samenkomst” beter, maar een argument op basis van klank is altijd minder overtuigend dan een argument op basis van betekenis. Misschien moeten we gewoon kijken hoe de verandering naar vergadering bevalt of dat later toch naar iets als “samenkomst” of “bijeenkomst” moeten, of het toch splitsen in “vergadering” voor de burgerlijke bijeenkomsten en “gemeente” voor de religieuze bijeenkomsten.

Lotdeel of erfenis

Een woord dat in het vorige artikel ook genoemd werd als woordgroep waar nog over nagedacht wordt is lotdeel of lottoedeling. Dit zijn woorden die niet in de Van Dale staan, die een poging zijn recht te doen aan de woordopbouw, kleronomia, dat is afgeleid van kleros, ‘lot’. Daarbij speelt ook sterk de gedachte, dat als er gesproken wordt over onze lot-toedeling die we van God krijgen, ‘erfenis’ een foute vertaling is, omdat God niet dood is.

Dit is echter wederom vanuit ons begrip van God gedacht, wat we vervolgens op een woord leggen wat het moet betekenen. Dat is de verkeerde kant op, dat is invulling van de betekenis. Een woordstudie zou vanuit de taal en het gebruik moeten opmaken wat een woord echt betekent, en die betekenis zou in het Woord onze kennis van God moeten vormen. Dus de echte vraag is, hoe wordt dit woord gebruikt? Als je gaat kijken naar de oude Griekse teksten, dan wordt kleros inderdaad gebruikt voor “het lot’, en daarmee voor dat wat door het lot verdeeld werd, met name een stuk land. Maar dit land werd vervolgens nooit meer door loting, maar door erfenis doorgegeven binnen de familie. Op dezelfde manier zijn kleronomos en kleronomia de standaard woorden geworden in het Grieks om het concept van erven en erfenis te beschrijven, en zit er weinig meer in van de oorspronkelijke verwijzing naar ‘loting’.

In het NT is deze standaard betekenis van kleronomia ook te zien in bijvoorbeeld Luk 12:13, waar het over de verdeling van de erfenis gaat, maar vaker zitten er, onder invloed van het OT en de Septuagint, religieuze ideeën bij. Het gaat dan niet altijd meer over een fysiek stuk land of bezit, maar deel hebben aan het koninkrijk van God.

Gezien het normale gebruik van deze woordgroep, juist voor erfenis en erven, maakt dat niet dat we toch dit woord moeten overwegen? En gezien hoe loting in vrijwel geen enkele passage meer enige rol van betekenis speelt, moeten we wel vasthouden aan deze weergave op basis van de opbouw door een niet bestaand Nederlands woord? Ja, het schuurt misschien enigszins dat God, de levende God, ons een erfenis geeft, maar ditzelfde schuren zit ook in het Grieks, want dit zijn de Griekse woorden voor erven en erfenis, dus laten we dat niet wegmoffelen. En bijvoorbeeld bij erfdeel vermeldt de Van Dale al de algemenere religieuzere betekenis uit de Bijbel, “be­zit of recht, door God toe­ge­zegd”, zodat we alles beschouwd erven en erfenis misschien toch een kans moeten geven.

Laatste dingen

Naast deze woorden zijn er nog enkele andere woorden die overdacht zijn of worden. Wat we eerst vertaalden als “culmineren”, wordt nu vertaald als “samenvatten”, wat begrijpelijker is en beter de betekenis weergeeft. Om dezelfde redenen is “complement” veranderd in “volheid”. Ik heb nog overwogen of “Judeeër” beter is dan “Jood”, zoals in recente studies en discussies wel eens wordt beweerd, maar het Griekse woord wijst niet alleen op een etnisch-geografische groep, maar ook op de eenheid in religie en gewoonten, wat weer sterker in “Jood” zit. En daarnaast is nog nagedacht over woorden als gelukzalig, vaderlijke verwantschap en lepra.

Net als met het vorige artikel zijn deze overwegingen een poging om dichter bij de betekenis van woorden te komen en deze betekenis ook duidelijker in de vertalingen te krijgen, juist ook voor hen die voor het eerst de vertaling onder ogen krijgen. De veranderingen van eon en era, Christus en de Gezalfde en gemeente of vergadering zijn al doorgevoerd in de tekst van de online app. Neem vooral eens een kijkje en zie of deze veranderingen bevallen. Mocht er iemand aanvullende gedachten of kritische noten hebben bij deze overwegingen laat het weten, dan kunnen ze meegewogen worden. Maar alles opdat Zijn Woord duidelijker en beter mag klinken!

Thijs Amersfoort